Congresverslag van de Vereniging voor cliëntgerichte psychotherapie ( VCgP)
Still & Going & Strong op 8 mei 2009
Marina Dijckmeester, psychotherapeut i.o.
Hieronder vind u een verslag van Marina Dijckmeester, psychotherapeut in opleiding, die in ruil
voor een gratis deelname aan onderstaand congres een verslag voor de nieuwsbrief van de NVP heeft
geschreven:
De oude bomen van Antropia zijn na de ochtendfile een verademing. Geparkeerd in het gras, loop ik naar het
hoofdgebouw. Antroposofisch aan de bouw te zien, hoe anders dan het gemiddelde formica congrescentrum.
Ik ben nieuwsgierig. In de opleiding tot kinder en jeugdpsychotherapeut heb ik zojuist het cliënt gerichtelesblok
afgerond en komt dit congres als geroepen. Als ik binnenstap, vang ik net de afsluitende woorden
van de voorzitter op; een vriendelijk welkom voor Combert Schöffer, vrijgevestigd client-gericht
psychotherapeut en lid van de stuurgroep van de VCgP.
Blues
De titel klinkt als muziek in de oren: ‘Everyday I got the blues’. Schöffers lezing is gelukkig geen treurmars
over de DBC noch een klaagzang over de minister van jeugd en gezin. In plaats daarvan vergelijkt hij
psychotherapie met de blues; in beide komen “sombere eenzaamheid en vitale acceptatie” samen.
Psychotherapeuten moedigen mensen aan hun blues te zingen, zegt Schöffer: “Ernstige kanten van het leven
zijn tegelijk de meest vitale, somberheid en angst horen bij het leven; we willen dat het ergens over gaat.”
Ervan uitgaande dat dat waar is, stelt Schöffer de vraag waarom mensen die diep ongelukkig zijn nog zin
hebben om verder te gaan.
Daar kan hij geen antwoord op geven. Wel geeft Schöffer de therapeuten in de zaal handreikingen .en hij
ondersteunt zijn verhaal regelmatig met ritmes en teksten uit de blues. ( Schöffer is zelf gitarist in een
jazzband). Geïnspireerd door Rogers noemt hij: ‘commitment’, ‘confirmation’ en ‘containment’De 3 C’s
zouden de grondtoon (opnieuw muziek) van de therapie moeten vormen. Rogers: “Whatever I do seems to be full of healing, then simply my presence is (...) helpful to the other” Daarop klinkt een kritische noot. Is dat zo? Verliezen we dan niet de context van de therapeutische relatie uit het oog en daarmee de voorbijgaande aard van de relatie cliënt -therapeut? “You know you need to be with me, the rest of my life.” De vraag is wie dit zingt: de cliënt die niet zonder de therapeut zou kunnen of vice versa. Wat wel te doen? Schöffer raadt aan werkhypothesen te formuleren over o.a. spanning tussen conditions of worth – selfactualisation, gewoontes, vitaliteit, topografie, klimaat, psychodynamische en ontwikkelingsoverwegingen, proces, emotionele huishouding / coping, zelfbeeld, doelen, hulpvraag en toekomstperspectief. Het hoort volgens Schöffer bij ons ambacht om op deze terreinen voorstellen te doen en bij te sturen. Het uitgangspunt blijft empathie en niet strategie.
Vernieuw!
Prof. dr Harry Kunneman roept het publiek op om wrok en verongelijktheid over de huidige tendens binnen
de GGZ af te werpen. “Laten we niet bezwijken voor de verleiding om een antagonistische houding aan te
nemen ten opzichte van de protocolliserende en evidence-based tendensen”. Volgens de hoogleraar sociale
en politieke theorie aan de Universiteit voor Humanistiek en voorzitter van de Humanistische Alliantie
dienen de culturele, morele en existentiële elementen opnieuw gemobiliseerd te worden. Het verontrust hem
dat de economie van het ‘dikke-ik’ domineert. “We leven met het visioen van onbegrensde consumptie en
groei, van hard werken, concurreren en presteren.” Er heerst een morele onverschilligheid: goed voor onszelf zorgen, de zorg voor anderen komt voort uit bedrijfsbeleid. Kunneman spreekt van een acuut
maatschappelijk en cultureel probleem en ziet dat een revitalisering van de cliënt-gerichte benadering daar
o.a. een rol in kan spelen. Voorbij het dikke-ik! Daarvoor is een vertrouwen in eigen potenties nodig en de
bereidheid tot kritische zelfanalyse en vernieuwing. Een cliëntgerichte filosofie die 60 jaar geleden al
geformuleerd werd. Wat biedt de traditie voor de vernieuwingen die maatschappelijk nodig zijn?
Kunneman onderscheidt 3 modi van wetenschap: Modus 1 is de cognitivistisch, geobjectiveerde
kennis die op dit moment domineert. Deze modus beantwoordt aan een ideaal beeld van wetenschap
die fundamentele vragen beantwoordt. Modus 2 behelst de praktisch gerichte wetenschap,
voortgekomen uit politiek-maatschappelijke vraagstukken. Het betreft de praktische en technische
kennis van professionals; een vermaatschappelijkte wetenschap. Modus 3 is de existentiële en
morele kennis die we hebben, die gevoed moet worden met inspirerende verhalen en perspectieven
en door de ‘leerzame wrijving’ daartussen.
Kunneman stelt een aantal stappen voor om de cliëntgerichte benadering te revitaliseren met behoud van de
potenties:
- een versterking van modus 1 als basis van verandering: meer onderzoek naar client-gericht werken!
- op modus 2 niveau: krachtiger interveniëren in de huidige woestijn van de GGZ.
- modus 3 gedachtegang beter laten horen, nu wordt het onvoldoende geprofileerd in het maatschappelijk
debat.
Meten is weten
Dr. Anton Hafkenscheid, klinisch psycholoog en psychotherapeut van het Sinai Centrum, vertelt hoe de
moeilijkheden in de interactie met cliënten vaak te laat worden gesignaleerd. Soms kan dit terugtrekgedrag
van cliënten veroorzaken, soms worden ze boos. Het Sinai Centrum werkt met Routine Process Monitoring
waarbij de cliënt en de therapeut zich bewust worden van de interactie tussen hen en de invloed die het heeft
op de therapie. Hafkenscheid legt uit dat feedback het krachtigste middel voor gedragsverandering is voor
cliënt en behandelaar. De cliënt deelt in de verantwoordelijkheid van het therapieproces en de therapie wordt
erdoor minder vrijblijvend. Inmiddels in het centrum toegepast; er is een toename van effectiviteit van de
therapie en het therapeutisch proces na invoering van montering.
Hafkenscheid gebruikt meerdere vragenlijsten, koppelt de resultaten en onderzoekt samen met de cliënt of en
wanneer een alliantiebreuk plaats heeft gevonden. Dit biedt handvaten om deze te bespreken. Als benchmark
zijn de lijsten niet geschikt, waarschuwt de spreker een aantal keer. Bewustwording van emoties, gevoelens
van de cliënt kan invloed hebben op de werkrelatie, maar de problematiek van de cliënt kan ook invloed
hebben op de grafiek. Grafieken geven geen objectieve werkelijkheid weer, ze zijn bedoeld als een middel
om goed in gesprek te komen. Routine Process Monitoring kan ook uitgevoerd worden bij
partnerrelatietherapie en in groepsbehandeling.
Na deze ochtend tol ik naar de lunch. Alles biologisch. Geen kartonnen broodjes, maar zelfgebakken brood
met mozzarella di buffalo en verse sla. Stilletjes snuffel ik een bordje bij elkaar. Om mij heen zit het
congrespubliek. De sfeer is goed. Ik mis echter leeftijdgenoten; deze zijn hier sporadisch. Wat is de toekomst voor de aankomende client-gerichte psychotherapeut?
Meten is bewijs!
Prof. dr Robert Elliot komt als geroepen. De resultaten van zijn onderzoek is van het soort wetenschap waar
Kunneman o.a. voor pleitte: meer modus 1. Hij heeft veel onderzoek gedaan in het veld de afgelopen 15 jaar.
De belangrijkste uitkomsten voor het publiek: Cliëntgericht therapie werkt: 84% werd beter met therapie,
zonder therapie ook hoewel minder goed (laat dit laatste nu net de cgp filosofie onderschrijven);
Cliëntgerichte therapie werkt even goed als cognitieve gedragstherapie. (Voor nieuwsgierigen onder ons zie
zijn artikel in het Person Centred Quarterly.)
In Engeland is in de onderbouwing van de nationale richtlijnen met name onderzoek naar cgt opgenomen,
echter geen onderzoek over cliënt gerichte psychotherapie. Elliot doet met klem een beroep op ons cgptherapeuten om kritisch te zijn: “Scientific and individual action is needed in the politics!”
Traumaverwerking met symbooldrama
Ik sluit de dag af met een parallelsessie over symbooldrama. De methode wordt aan de hand van een
ontroerende casus van een getraumatiseerde AMA (alleenstaand minderjarige asielzoeker) door Truus
Bakker-van Zijl uitgelegd. De orthopedagoog/psychotherapeut vertelt hoe de begeleidingsstijl past in het
client-gericht werken: open, meelevend, intensiverend en stimulerend voor het ontwikkelen van deze
dagdroom zonder invloed uit te oefenen op de inhoud van het beeld. De therapeut bewaakt de structuur, de
cliënt de inhoud. In tegenstelling tot EMDR waar de focus op trauma ligt, komen bij symbooldrama
meerdere lagen en naast de pijnlijke kanten ook de gezonde kanten van de cliënt naar boven.
Suggestie
Een inspirerende dag zowel qua vorm als inhoud. Met een rijke traditie en wetenschappelijk bestaansrecht
lijken wrok en verongelijktheid niet op hun plaats. Bescheiden suggesties dus voor een andere titel voor het
VCgP 2010: What doesn’t kill you makes you stronger? of toch C’est le ton qui fait la musique!
Marina Dijkmeester ( psychotherapeut i.o.)